Jun 11 2010

sma(a)k

Lava

liever één zoen op je wang
dan tien met veel gezucht
dus plant ik in de vlucht
nog gauw mijn lippen
naast de jouwe

de hele dag door blijf ik
jouw sproeten proeven
je bent een vrouw met smaak


Jun 9 2010

Tuinieren

Lava

tussen lange zomerzuchten
en het hoge gras
mag mijn hand wel even
ploegen in haar hart

drachtig van verwachting
barst de grond haast open
met krullende kiemen
oudrode klaprozen

en daartussen zaait ze mij
- kan ze nog meer kussen oogsten


Mar 1 2010

aspirant

Lava

(i.) dat ik aspiraties heb
van een boomwortel
die harde wintergrond doorboort

mij vast te klampen
in kluiten van dromen

en dat ik diep wil graven
om hoog te vliegen

(ii.) dat graag zien en blijven
meer voeten in de aarde hadden
dan hoofden in de ijle lucht

het zou ons menig klucht besparen


Dec 4 2009

vogelvlucht

Lava

mijn schrijven raakt geen grenzen meer
het heeft geen voeten in de grond
ik ben nochtans een wroeter maar
misschien dan toch geen kunstenaar

wat wil dan nog geschreven worden
duisternis met krot en mot verslonden
of uit de lucht gegrepen wonden
die nu al lang vergeten zijn

maar is het toegestaan toch te grijpen dan
verwoord ik voorzichtig jouw vogelvlucht
hoe ik als prooi van de aarde word gerukt
en dat je mij het zweven niet verwijten kan

mijn schrijven mag dan wel pover lijken
mijn hart is vaart en vlam


Dec 4 2009

top vier

Lava

Ik kweek beelden in mijn hoofd vanavond; herinnering aan een voorbije dag.
De favorieten mogen op het lijstje:

4.
‘s morgens is het bed gegroeid
en deken is er ook te veel
dan klopt de dag de kussens op
en is er tijd om uit te rekken
-ik denk dat ik toch even nog wat dichter kruip-

3.
ik beleef je zijdelings en
soms hand in hand
je ogen moet ik zoeken
in weerspiegeling
-je bent zo mooi-

2.
de vage kromming van jouw lippen
die ik voor een glimlach hou
en hoe ik die proef op mijn netvlies
als zware zomerlucht
-het is nochtans winter-

1.
je schopt mijn voeten onderuit
keer op keer voel ik weer
die vrije val vanbinnen
en vlinders in mijn buik
-vluchtig worden er nog wat clichés gebrabbeld-


Nov 26 2009

lacuna

Lava

I.
vouw ik één voor één
je vingers open tot de
plooien in je hand

onontgonnen land
waar de waarheid naakter
maar onleesbaar is

II.
mager kleed je je
met vel over been en
gevoel schaars gezaaid

maar ik hou van je
wijsheden als luchtbellen
en wereld verdraaid

III.
dieren, zo zeg je
zijn te weinig. mensen
zijn dan weer te veel

en ik, zo zeg je
ik ben God en ook alleen
ik mag - jij moet mij


Jan 13 2009

Spiegelmeisje

Lava
Je zoekt nog steeds. Ik zoek nog steeds. Naar wie jij bent, wie ik ben. Naar wat we zijn en zullen.

Maar hoe kan ik je ontdekken als ik je niet in de ogen durf te kijken?
Je schrikt me af omdat je zo niet-als-mij bent. Omdat je mij een zwarte spiegel voorhoudt die mij confronteert met mijn zwakheid. Omdat ik jou niet zie, maar je maskers. Omdat ik mezelf zie in jou, maar dan een “ik” waarvan ik het bestaan amper ken. Daarom kijk ik niet. Ik durf het niet. Ik kan je enkel schrijven.

Of ik nog verhalen schrijf?
Ik weet het niet. Ik schrijf zo weinig tegenwoordig, en al helemaal geen geschiedenis.
Maar jij…jij schrijft spottende mysteries met je lach. Jij schrijft schaamte en verlangen in mijn geest.

Ik heb geen vat op je. Je zegt dat je niet om kan met verwachtingen, maar jouw verschijning legt de lat zo hoog. En wat ik over je weet, leerde ik uit je verhullende schrijfsels of uit de verhalen die men mij vertelt. Er wordt wel eens gefluisterd dat jij het glazen muiltje bent dat iedereen wilt passen. Er wordt wel eens gezegd dat je je bereidwillig om elke voet sluit. Dat je draait met de richting van de wind. En iedereen vindt in jou een spiegel. Dat heb ik wel eens gehoord, in de gangen van mijn leven. Maar wie kent de waarheid, en zeker als die waarheid jou zou bevatten moeten?

Ik begrijp wel dat het moeilijk is om te proberen ieders sleutel te zijn. Dat je ook niet leven kan, wanneer je steeds ambieert de vorm aan te nemen van iedere voorbijganger z’n verlangens. Wanneer je je eigenheid prostitueert.
Het spijt me als jouw plaats in mijn leven gelijkaardig is aan de plaats die je inneemt voor deze gulzigen. Ik wil niet betalen voor diensten verleend door maskers. Maar je bent geen sleutel voor mij, geen zuivere reflectie en geen ongeschreven boek. Je bent een deur, een duistere (geen heldere) spiegel en een muze. Als ik je aankijk zie ik een donkere afbeelding van mezelf, tegen de achtergrond van jouw stralende verschijning. Een andere keer zie ik jouw gedaante omstrengeld door schaduwlichamen die wellustig je silhouet aftasten en hoor ik een verstikkend gefluister.

Ik kan niet met je om, omdat ik niet om kan met mezelf. Daarom wou ik soms dat we onszelf konden verliezen in een innige kus. Want deze stilte lijkt een beetje op dat breekbare moment voor een eerste kus. Deze stilte schreeuwt om doorbroken te worden.
Ik zou een beetje van mezelf in jou willen planten. Je lippen zachtjes af willen tasten, opdat ik je zou leren kennen in de groefjes die je daar verbergt. Ik wou dat we zo’n stukje zonde konden delen, een miniem moment van verlichting. Dat ik je in mijn armen kon houden, en je troosten – niet mezelf. Dat ik jouw wonden mocht likken en concluderen dat jouw bloed niet zo anders smaakt als het mijne. Dat ik poëzie mocht schrijven op jouw naakte rug, en de grenzen van jouw warmte af mocht tasten met mijn vingertoppen. Dan zou jouw geest zich in strengen om de mijne winden en onze zielen zouden vrijen met elkaar. Extase zou zich nestelen tussen ons in. We zouden elkaars gedachten zijn, voor even.

Misschien zou die spiegel dan een breekbaar laagje ijs worden, klaar om weg te smelten. Misschien draag je dan nog wel een masker, maar een masker van jezelf.
Maar misschien ook zou je lach mij dan een volgende keer niet enkel doen struikelen, maar mij ook de grond in doen zakken van schaamte.

Schaamte om mezelf
en
schaamte om jouw brutaliteit
die nooit de mijne kan zijn.


Oct 6 2008

Postkaarten

Lava
Laat ik eerlijk zijn. Ik weet nog amper hoe. Ik weet nog amper wie jij bent. Wie ik ben. Wie wij zijn.
Jouw zeldzame vage aanwezigheid, benadrukt vooral jouw afwezigheid. De grens waar ik niet over kan. Ik zie je wel, maar je bent niet bij mij. Je bent ook altijd bij mij, als een schim uit het verleden, en een spookbeeld uit de toekomst die niet de mijne kan zijn.
En loslaten bleek nooit zo moeilijk te zijn als nu. Want om welke reden zou ik loslaten? Wie zou ik loslaten? Wat zou ik loslaten? Je bent geworden wie je bent. Jouw leven veranderd zo snel, en ik lijk stil te staan. Je bent meer mijzelf geworden als ik ooit had kunnen denken. Mijn bloed, jouw bloed. Mijn leven, jouw leven. Steeds een ruzie of een kus te veel. En altijd veel te veel gemis. Maar ook teveel houden van.

Het stemt me droef dat ik niet degene zal zijn, die je hand vast houden zal op je sterfbed. Het stemt me droef dat ik niet diegene zal zijn die bij je is, als je nieuw leven baart. Maar in welk hokje kan ik je plaatsen, zonder mijzelf te verliezen? Zou jij misschien ooit al die jaren durven begraven, op een pad dat weg loopt van mij? Zou jij misschien ooit mij verbijsterd achter kunnen laten, en verworden tot enkele sporadische postkaarten die ik vinden zal in de brievenbus van mijn huis. Mijn koude huis waarin ik een leven leid waarin ik mezelf niet herken, omdat ik jou niet meer ken. Omdat jij een onbekende bent geworden, een mysterieus figuur van op de vergeelde postkaarten, die ik bewaren zal in een oude schoendoos in een houten kast. Postkaarten die ik op tijd en stond zal open leggen op een tafel voor mij, om ze na een aantal uren verdwaasd weer op te bergen. Verdwaasd omdat ik niet meer weet waar ik mee bezig ben. Omdat ik niet meer weet wie die figuur van op die postkaarten is, en hoe ik aan die postkaarten ben gekomen. Omdat ik niet meer weet wie je bent, en niet meer weet wie ik ben. Omdat ik niet meer weet wie wij waren.

Dan berg ik ons terug op in de kast, en slenter naar de zetel aan het raam om naar voorbijgangers te kijken.


Jul 11 2008

Over-Communicatiestoornis

Lava
Mijn wereld spreekt vandaag weer tegen mij. In de mist en de regen, en in de frisse ochtendlucht die mij minimaal ontmoedigd. “Dat alles toch zo vluchtig is, en woorden ontoereikend omdat ze zeggen wat je niet bedoelt.” Tenminste, omdat wat anderen denken dat je woorden zijn, niet is wat  jij bedoelt te zeggen en niet is wat  je denkt te bedoelen, en nooit is wat je denkt.
Twee chocoladekoeken in mijn schoudertas zijn volop aan het speculeren. “Ze doet niet open.” “Misschien doet ze dat wel” “We zijn met twee, wij kunnen ook van één persoon de honger stillen” “We zijn een excuus, een maak-het-goed-met-ontbijt omdat we net te vroeg aan iemands deur belanden” “Wij belanden nergens anders dan in de maag van één persoon, en snel zijn we vergeten, en die maag zal zich keren uit spijt niet af te wachten en veel te gulzig te zijn.”
Ik zoek de bel en wacht op stilte. Drie maal aan de deur van nummer drie. Mijn lievelingsgetal. Want desondanks de afwezigheid van lievelingsmuziek of lievelingskleur, een lievelingsgetal heb ik wel.Een drempel lokt mij en ik vlei mij neer. Leg de koffiekoeken het zwijgen op. Hadden ze maar zo brutaal niet moeten zijn.
Mijn sigaret kronkelt zinloze woorden in de lucht: “Spijt. Verstikking. Sterrenstof. Communicatieproblemen. Illusies. Vrijblijvendheid. Pyroklast. Vermoorden. Onderschatten. Niet binden. Verveling. Reis. Gemakkelijk. Te moeilijk. Beter niet.” Ik blaas mijn geheugen mijn longen uit en ga op stap.
Dan spreekt een straatsteen tegen mij: “Je liep al honderd keer voorbij, en nog steeds vond je niet wat je zoekt. Dat komt omdat je moet zoeken wat je vindt en niet vinden wat je zoekt. Niemand vindt wat zij zoekt, want alles is illusie.”
Wel, ik vond niet wat ik zocht. Het was nochtans niet zo moeilijk geweest. Ik zocht wat ik al gevonden had. Ik was enkel niet zo zeker van wat ik had gevonden.
Jou had ik gevonden, zoveel was duidelijk, maar ik wist niet wie jij was. Enkel dit misschien: een interessant persoon, waarvan ik de opties wou ontdekken. Ik wou het weten, maar je vroeg mij om jou niet te zoeken. Ik geloof dat dat komt omdat jij vondt wat je zocht: spoken en illusies die je op mij projecteerde, je dacht te weten wat ik denk. Maar nu doe ik net hetzelfde. Blijkt onvermijdelijk te zijn.
Zocht je excuses om niet te hoeven zoeken naar wat je nu juist gevonden had? Om niet te hoeven zoeken wie ik was, omdat de mogelijkheden je angst in boezemden. Want je wou alle mogelijkheden openhouden zonder verwachtingen, maar sommige mogelijkheden schrikken af. Je zei dat niets nog vrijblijvend was, dat je daar van wegloopt. Ik geloof dat alles altijd vrijblijvend is. Zoals je vrij was om de andere kant op te kijken en weg te gaan zonder woord van spijt toen je het kaakbeen van een kennis van mij nogal hardhandig begroette. Ik had je achterna kunnen lopen, maar ik deed het niet. Zo vrijblijvend is het leven. Zo vrijblijvend ben ik voor jou. Nu is niets meer vrijblijvend, voor mij dan toch. Ik maak geen keuzes, jij maakt die.
Mijn gsm spreekt tegen mij: “Jij bent de enige van ons twee die hier zo in opgaat. Ik meen het. Laat mij gerust en blijf uit mijn buurt aub” Maar ik heb moeite met het identificeren van het bericht met de persoon aan de overkant. Ik heb moeite met het identificeren van de inhoud van het bericht met mezelf. Dit klopt niet. Vervloek de moderne communicatiemiddelen. Je had langs moeten komen, je had moeten merken dat ik geen avances zou maken, dat ik enkel zou geprobeerd hebben je ogen te lezen, en misschien even je hand aan te raken. Dat ik had gelachen en gesproken over het weer en dan af zou wachten of en hoe je mijn leven zou kruisen. Nu kruistten onze woorden elkaar veel te vaak, als botsingen, als voeten die naast hun schoenen liepen en vreemden die weigerden elkaar te begrijpen.

Nu zit ik achter mijn laptop en zelfs die schreeuwt: “Inspiratie! Inspiratie! Aspiraties! Dompel jezelf onder in de wereld van technisch wonder en verlies jezelf.” Ik wil duidelijkheid scheppen in mezelf. Je mag niet denken te weten wie ik ben. Ik denk niet te weten wie jij bent, ookal denk jij misschien wel dat ik dat denk. Maar ik was gestopt met denken. Of ik probeerde dat toch. Ik denk dus ik ben. In elkaars gedachten zijn wij niet wie we zijn, want we denken elkaar en geven elkaar een fout bestaan.

Dan wis ik je nummer, maar niet mijn geheugen.
Straks deel ik je deze gedachten mee. Misschien denk je dat ik hier teveel in opga, misschien wis je mijn woorden voor je ze hebt gehoord, misschien geloof je niet wat ik geloof.
Filosofie is verduidelijking, en ik ben een filosoof (dat houd ik mij toch voor).
Maar doe een beetje moeite en lees mij zoals ik ben. En schrijf mij eens als alles nog slechts schaduw onder de zon is. Ik ben het beu om spijt te hebben, maar toch spijt het mij zeer dat woorden veel te vaak verkeerd worden gehoord.


Jul 11 2008

oppasser gevraag (II)

Lava
Ik heb de aanleg verkeerd over te komen. En dan krijg je dat…

verstikken
benauwen, onderdrukken, smoren, versmoren, versmachten, smachten, stikken, overwoekeren, uitblussen, vergaan, verkroppen, verrotten

Zo zit dat dus.

Het is weer vakantie. Dat betekent tijd voor mezelf. Véél tijd voor mezelf. Té veel tijd voor mezelf.

Kan iemand op mezelf komen letten, en me tegen haar beschermen?