Wat spook je nu weer rond in m’n hoofd?
Kunnen de dingen niet eenvoudiger zijn dan?
Twijfels
Wat spook je nu weer rond in m’n hoofd?
Kunnen de dingen niet eenvoudiger zijn dan?
Twijfels
Vandaag voel ik het weer even.
Die weemoed en die lusteloosheid en die melancholie en die haat.
Dat uit je vel willen barsten en weg willen zijn.
Die agressie en dat verdriet. En die onbekende oorsprong van dat alles.
En dat voorzichtig moeten zijn.
En dat hier gevangen zitten in een huis met niets te doen, met mensen die je niet wil zien omdat je er nu even niet kan mee omgaan, met storm buiten en geen vervoersmiddelen om geluk of plezier achterna te zitten.
En tenslotte dan maar dat de-muren-oplopen.
Waarom? Het was dat voelen. In gedachten en fysiek. Het was dat bewust en onbewust zijn. Die waas van even wel en niet en dan vergeten en vergeven en hopen dat. Ik wacht. Ik heb verloren. Alweer.
Zo’n dingen leert men relativeren, weet je wel. Je brak me niet. Ik sprak je niet
over dingen die er toe doen, maar als het even kan dan geef ik je mijn gedachtengoed in papiervorm en dan weet ik niet meer hoe het verder moet.
Hoe kwetsbaar toch die mensheid. En hoe broos.
En was je boos?
Was ik boos?
Verdrongen verdriet deed even niet wat ik verwachtte.
Wat heb ik je te bieden? Wat spook je in mijn hoofd en waarom zijn mijn zintuigen nu alweer verdoofd. Ik weet niet wat het is in mij. En weet ik wat ik zoek?
En weet jij wat realiteit met mensen doet, en dat ze enkel illusie is? Denk jij ’s avonds aan de maan? En zie je daar misteries staan? En drink jij om te vergeten of te weten dat dit bloed, dat door de aders stroomt van het onwerkelijke wereldgoed, enkel verdrinkt in de tijd ? Verwonder je je om de kleine dingen? En weet je hoe het is als leven je soms koud laat en je gewoon heel even warm wil zijn? Je lichaam warmen in troostende armen en niet enkel onbezonnen in onontgonnen land je lust beleven. Die draak van een mensheid temmen en het geluk botvieren. En schrijven over dingen die je niet kan zien en amper voelt en toch niet weten wat je doet omdat niets je nog kan schelen. En vluchten in je eigen wereld, en mensen wreken die, geboren in je binnenste, vanbuiten toch al dood zijn. En missen wat te missen valt, en leven wat te leven valt en streven naar het streven (wat je dus toch niet kunt).
En lulleriken of uit je nek kletsen omdat dit alles toch niet(s) is. En lachen met om het even wat en sterven en angsten kweken en wijsheid preken over dingen die niemand weet. En dromen over een realiteit die je hebt gekend en die toen al illusie was, en waanzin. En maanzin. En voelen en vrijheid krijgen.
En jezelf verloochenen en anderen bechoochelen.
Ik bedroog je in mijn woorden.
En toch weet ik niet wie of wat hier meer bedriegt of haar ware aard verloochend.
En toch weet ik niet of dit het echte leven is, of ik mij in het grijze wezen vergis en hoe ik je herinneren zal.
“And in the backseat of your car, you showed me every single star.”
Maar ik weet wat geven is.
En ik gaf me.