Wednesday, November 29, 2006

amoris personae (VI-X)

VI

Waarom toch vervloek je die scherpe pijn geleden?
Ook ik ben al vaak door de ruwe hand van het lijden geslagen,
maar men kan de pijn haar bestaan toch niet verwijten?
Schik je in je lot of vervloek desnoods de oorzaak,
maar wanneer er brand woedt, straf dan de brandstichters
en niet de vlammen omdat ze het hout en je wonden likken.
Omarm het lijden, want enkel in pijn erkent men genot.

En kom nu, laat mij je troosten.
Kom, en laat ons verdrinken in die troost om het lijden,
en genieten van elkaar.

VII

De nacht valt.
In jouw ogen lees ik verlangen en angst.
In jouw ogen lees ik een eindeloos gedicht.

De nacht valt
Sta mij toe jouw dichter te zijn.
Sta mij toe naar de gezangen van de sterren te luisteren
en jou toe te dekken met een zachte woordenstroom.

De nacht valt.

VIII

Ik heb geen bloemen geplukt vandaag, om jou mijn liefde te tonen.
Ik heb geen cadeau gekocht.
Ik heb geen kaarsen aangestoken
en ook heb ik geen heerlijk maal bereid.

Ik heb geen gedichten geschreven vandaag, om jou mijn liefde te tonen.
Ik heb geen lied gezongen.
Ik heb geen brief geschreven
en ook heb ik geen muziek gespeeld.

Ik heb geen kus gestolen vadaag, om jou mijn liefde te tonen,
want uit angst kon ik het niet.
En morgen zal ik ook niets doen, om jou mijn liefde te tonen,
want uit schaamte zal ik het niet kunnen.

IX

Een voorbijganger zingt:
“Waar is zij?
Waar is zij die mij slaap beheerst?
Zij die in mijn dromen leeft?

“Hier”, denk ik: “Hier is zij.”
maar ik zeg het niet.

X

Een vis kijkt bewonderend naar een vogel die in de lucht danst.
“Vliegen”, denkt hij, “zou ik wel willen, maar ik kan het niet.
En bovendien, ik zou uitdrogen.”

Een vogel kijkt bewonderend naar een vis die door het water glijdt. 
“Zwemmen”, denkt hij, “zou ik wel willen, maar ik kan het niet.
En bovendien, ik zou verdrinken.”

En dat, mijn liefste, is waarom mijn lippen nooit de jouwe raken.

En dat, mijn liefste, is waarom, in dromen, mijn lippen steeds de jouwe raken.

Posted by Lava Levenslust at 17:25:49 | Permalink | Comments (1) »

amoris personae (I-V)

I

Zeg mij, heb ik je niet liefgehad?
Mijn ziel hield jouw voeten op de grond en mijn lijf deed jouw zintuigen zweven.
Mijn woorden sloegen en beminden je.
Mijn ogen verslonden jouw gave huid.

Zeg mij, heb ik je niet liefgehad?

II

Mijn lief,
Koester deze avond, nu zij nog avond en geen nacht is.
Koester deze nacht, nu zij nog nacht en geen dageraad is.
Koester deze dageraad, nu zij nog dageraad en geen dag is.

Slaap nu, mijn lief.
Want straks wordt dag weer avond, en zingen wij ons liefdeslied.

III

Ik hoor een lied, daar in de verte.
Ik hoor jouw hart dat zingt.
Ik hoor jouw lakens ritselen.
Ik hoor jouw stil verdriet.

Ik hoor een lied, daar in de verte.
Ik hoor jouw hart dat zingt.
Ik dans die klanken en jouw hartslag.
Ik dans verdriet teniet.

IV

Wij zijn reizigers in elkaar, in onbewoonde landen.
Jouw wegen lijken die van mij, alsook jouw heuvels en jouw stranden.
Ik zend spionnen, tong en lippen, als verkenning, om me voor te gaan.
Ik zend soldaten, hand en vingers, om mijn zoete slag te slaan.

Wij zijn reizigers in elkaar, menig maal elkaar ontgonnen.
Jouw wegen lijken die van mij, alsook jouw mijnen en jouw bronnen.

Wij zijn reizigers in elkaar, menig maal elkaar herborgen.
jouw handen slapen in de mijne, in de vroege, stille morgen

V

Ik maak een bloemenkrans voor jou,
hier in het grasland waar we ongestoord kunnen.
Maar jouw wantrouwen vult mijn lijf met schaamte.

Ik maak een troon en kroon voor jou,
hier in het grasland waar we ongestoord kunnen.
Maar jouw wantrouwen vult mijn lijf met schaamte.

Ik maak een bed en kussens voor jou,
hier in het grasland waar we ongestoord kunnen.
Maar jouw wantrouwen vult mijn lijf met schaamte.
         En ik smeek het grasland; ‘dek mij toe, want ik ben naakt en zondig.’

 

Wordt vervolgd…

Posted by Lava Levenslust at 11:31:49 | Permalink | No Comments »

Friday, November 24, 2006

Bedenking

‘Niets’ bestaat niet.
Posted by Lava Levenslust at 00:43:22 | Permalink | No Comments »

holbewoonster

holbewoonster
zij slaapt een
rusteloze nacht
tussen zachte lakens
en steenharde
smart

zij pretendeert 
de zon te zijn
en ik de wetende
wolf die wacht

holbewoonster
zij is
verbod
gewillig genot
een scheepswrak op
de golven van het lot

                    buiten stormt de wereld
                    binnen breekt de grot

Posted by Lava Levenslust at 00:41:28 | Permalink | No Comments »

Sunday, November 19, 2006

Maanverlangen

Toen mijn honger  (niet zoals de honger veroorzaakt door een lege maag) gestild was, ging ik liggen. Ik nam een sigaret en zoog die zalige vernieling diep mijn longen in. Gedreven door mijn hartslag stroomde de nicotine mijn hele lijf door en nestelde zich op mijn netvlies, waar het trillende beeld van een vlieg op het grauwe plafond vervaagde tot een zwart geheel. De in werkelijkheid warme lakens voelden koud en klam aan, net zoals jouw lippen, net zoals mijn leven en mijn hart. Koud en klam. Dit was geen plek om te blijven. Hier lag geen god tussen de lakens en ook hier rustte mijn hart niet.
Ik kleedde mij aan en ging naar buiten. De nacht omarmde me als een gebroken kind. Straten sloten zich rondom mij tot een wirwar van lijnen, een stad van chaos, de stad van dwalende zielen en verloren nachten.
Hier wonen alleen de hopelozen en de verlorenen van hart.
Hier herbergt men enkel zwart.
Na een uurtje bereikte ik mij eigen hol. Ik kustte de spiegel en mijn voeten, daar niemand anders zich voor mijn lichaam wierp of mijn martelaarsschap erkende. Met een mes in mijn hand vleide ik mij neer tussen de lappendekens op mijn beschimmelde matras. Ik wachtte op het rood dat mij weldra zou omsluiten en fluisterde: “Maanverlangen…Maanverlangen…” Buiten huilde een hond en je kon de ratten horen kruipen.
Diezelfde ratten knaagden even later genadeloos aan mijn vingers en mijn tenen, maar ik werd het niet gewaar. Enkel mijn ogen leken nog te leven en staarden onophoudelijk naar de vergeelde foto aan de wand.
“Maanverlangen”, fluisterde ik. Ik sloot mijn ogen en ademde
uit.  

Posted by Lava Levenslust at 22:32:26 | Permalink | No Comments »

Out of the silence

Deep down there’s nothing but the songs I sing the pain I bring will find me in the dark-coloured water that flows from one thought to the other.

What can I say now you know that lust is not enough to care about the trains that pass by and the boats that sink in cold cold water.

You know I try to feel so much and knowledge is in reach when hundred clouded skies compeat and feel the wind rushing by.

I can not clear my head no more for light has chased my soul and life is like a lullaby.

Posted by Lava Levenslust at 21:37:51 | Permalink | No Comments »

Friday, November 10, 2006

weemoed

daar onder die oude eik
klonk je stem des te dieper
en even later liep er
ook een traan over je wang

ik vluchtte in jouw ogen
in een late vogelzang
mocht de hemel nu neerdalen
is het dat wat ik verlang

Posted by Lava Levenslust at 00:13:07 | Permalink | No Comments »

vice-versa

brand
brullend bruisend briesend
land
de wereld is een
vlammenzee

al drijf je met de
golven
mee
later blust vuur
water

Posted by Lava Levenslust at 00:04:22 | Permalink | No Comments »

Wednesday, November 8, 2006

kosmos
is
orde
ik classeer je
(wel of niet)
je bent mijn even-
en mijn tegen-
beeld
je bent hartkloppingen
(vreugde of verdriet)

chaos
is
leegte
en had ik je heel even
dan heb ik je nu niet
je bent toeval
je bent twijfel
(of hoe zekerheid mij verliet)

ik schep
(kosmos
chaos)
uit het niets

Posted by Lava Levenslust at 18:32:08 | Permalink | No Comments »

Sunday, November 5, 2006

Unknown

when i think about you
who am i fooling
for what are dreams more than
the light of falling stars
and what is love more then
a scattered scream when drowning
- your beauty overwelmed me
  but i cry for every lonely morning -

Posted by Lava Levenslust at 21:23:05 | Permalink | No Comments »