Postkaarten
Jouw zeldzame vage aanwezigheid, benadrukt vooral jouw afwezigheid. De grens waar ik niet over kan. Ik zie je wel, maar je bent niet bij mij. Je bent ook altijd bij mij, als een schim uit het verleden, en een spookbeeld uit de toekomst die niet de mijne kan zijn.
En loslaten bleek nooit zo moeilijk te zijn als nu. Want om welke reden zou ik loslaten? Wie zou ik loslaten? Wat zou ik loslaten? Je bent geworden wie je bent. Jouw leven veranderd zo snel, en ik lijk stil te staan. Je bent meer mijzelf geworden als ik ooit had kunnen denken. Mijn bloed, jouw bloed. Mijn leven, jouw leven. Steeds een ruzie of een kus te veel. En altijd veel te veel gemis. Maar ook teveel houden van.
Het stemt me droef dat ik niet degene zal zijn, die je hand vast houden zal op je sterfbed. Het stemt me droef dat ik niet diegene zal zijn die bij je is, als je nieuw leven baart. Maar in welk hokje kan ik je plaatsen, zonder mijzelf te verliezen? Zou jij misschien ooit al die jaren durven begraven, op een pad dat weg loopt van mij? Zou jij misschien ooit mij verbijsterd achter kunnen laten, en verworden tot enkele sporadische postkaarten die ik vinden zal in de brievenbus van mijn huis. Mijn koude huis waarin ik een leven leid waarin ik mezelf niet herken, omdat ik jou niet meer ken. Omdat jij een onbekende bent geworden, een mysterieus figuur van op de vergeelde postkaarten, die ik bewaren zal in een oude schoendoos in een houten kast. Postkaarten die ik op tijd en stond zal open leggen op een tafel voor mij, om ze na een aantal uren verdwaasd weer op te bergen. Verdwaasd omdat ik niet meer weet waar ik mee bezig ben. Omdat ik niet meer weet wie die figuur van op die postkaarten is, en hoe ik aan die postkaarten ben gekomen. Omdat ik niet meer weet wie je bent, en niet meer weet wie ik ben. Omdat ik niet meer weet wie wij waren.
Ik vrees.
Fantastic, Great Improvement, Keeping Working Hard, Wow.